30 lines
1.2 KiB
Plaintext
30 lines
1.2 KiB
Plaintext
Ga het bos in met een stropdas om je nek
|
|
Zodat de kraaien weten: die hangt niet voor gek
|
|
En je hoort je kind al huilen en de kerkklok voor je luiden
|
|
En voor god, die jouw driften steeds verbood
|
|
Maar je ziet twee mannen bij de dennen doen wat jij steeds moest ontkennen
|
|
En hun kreunen fluisteren frutselend aan jouw knoop
|
|
|
|
Tijd te koop, tijd te koop, tijd te koop
|
|
|
|
Wie kent een kind dat nimmer heeft gejokt?
|
|
Ik ken een kind dat door de zee werd opgeslokt
|
|
Hij werd verzwolgen door de golven en weer uitgekotst door kolken
|
|
In een volk dat riep: 'ga terug naar het scheepswrak waar je hoort
|
|
Oh, zijn zakmes vindt zijn pols wel. 'Ach jongen, ik heb een voorstel'
|
|
Roept de koning farizeeër met de hoorntjes uit zijn hoofd
|
|
|
|
Tijd te koop, tijd te koop, tijd te koop
|
|
Tijd te koop
|
|
|
|
Leef elke dag alsof het je laatste is
|
|
En nooit geschoten dat is altijd mis
|
|
Dus je speelt roulette met Russen, het is jouw beurt de loop te kussen
|
|
Je hoort 'klik' en krijgt het geld zoals beloofd
|
|
Maar buiten in het steegje hoor je: 'Hé daar! Niet bewegen...'
|
|
En je weet: dat is wel een echte loop tegen je hoofd
|
|
|
|
Tijd te koop, tijd te koop, tijd te koop
|
|
Tijd te koop
|
|
|
|
Ga het bos in met een stropdas om je nek |