Je bent mijn poes Je bent mijn teef Mijn koe, mijn kip Mijn hen, mijn tiet, mijn pop, mijn sik en ik Verschijn stinkend naar urine luid schreeuwend ten tonele Ik neem voedsel voor je mee zodat je mij niet op zal eten Ik zal mijn vleugels wrijven in arpeggio’s en akkoorden Ik zal mijn werkers opdracht geven de rivalen te vermoorden Je bent mijn bache Je bent mijn zeug Mijn hinde, mijn vooi Mijn kuiter, apin, mijn wijfje en mijn ooi En ik: Te klein en mollig, ‘k zal op de eieren gaan passen Tollend met mijn staart tegelijk schijten en plassen En ik lig tot je alleen bent in de bosjes te loeren Ik zal mijn maaginhoud opbraken en het aan je voeren, want je bent Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig Je bent mijn merrie Je bent mijn moer Duivin, ezelin, Woerhen, kloek, leeuwin, tijgerin En ik zal mijn lichaam strekken en naar de hemel brullen Voor je dansen tot je kuit schiet en het nest met mijn hom vullen want je bent Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig Je bent mijn vrouwtje Je bent mijn vrouwtje Je bent mijn vrouwtje Je bent mijn vrouwtje Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig Bronstig, berig, ritsig, welig Broeds, krols, rams, loops, hengstig en tochtig