HÉ! Wat zit je nou te kijken vuile.... Ik vind treinen sowieso al beklemmend HÉ! Wat zit je nou te kijken vuile k... Ik vind treinen sowieso al beklemmend. Maar zeker als er op zaterdagnacht iemand naast je komt zitten Terwijl er plaats zat is. Hij is van de kaart. Paardenstaart. Zo'n gore gehavende geitenbaard. Een door de drank gekneveld gebit En een geur alsof je naast een conceptueel kunstwerk zit. Ik heb een tik met mijn neus maar hij werkt niet meer Normaal beweeg ik hem snel van rechts naar links Naar rechts gaat prima maar links blijft hangen. En hij kijkt schichtig om zich heen met van die kraaienogen Totdat zijn ogen blijven hangen in de ogen van een vrouw in de coupé HÉ! Wat zit je nou te kijken vuile... Ik probeer mijn ogen te knipperen maar het werkt niet meer Rechts gaat prima maar links blijft hangen Ik span mijn nekspieren aan. Rechts gaat prima. Links blijft hangen Ik raak in paniek. Mijn adem verhevigt, mijn hart bonst. Ik moet iets doen. Ik neem een slok water. Het druipt er langs mijn linker mondhoek weer uit Ik denk dat ik een beroerte heb gehad. Een TIA. Dat is iets in je hersenen. Er mag niks met mijn hersenen zijn. Als er iets met je hersenen aan de hand is ga je dingen vergeten. Ik mag geen dingen vergeten Er mag niks met mijn hersenen zijn. Ik moet me iets herinneren. Ik probeer me iets te herinneren Het eerste dat ik mij herinner is. Aus. Bei. Mit. Nach. Seit. Von. Zu. Ik vind treinen sowieso al beklemmend Maar zeker als je er op zaterdagnacht achter komt dat de helft van je gezicht verlamd is geraakt En naast je zit iemand die met elke vrouw in de coupé oogcontact zoekt En als hij het heeft. Roept: HÉ! Wat zit je nou te kijken vuile kankerhoer