55 lines
2.3 KiB
Plaintext
55 lines
2.3 KiB
Plaintext
|
|
Elke schipper die jouw schaakte gaf jou hoop op een remise
|
||
|
|
Zodat het spel maar later werd; veel later
|
||
|
|
En nu je aan het water staart naar schepen die verdwijnen
|
||
|
|
Weet je dat hij slechts de rust zocht van jouw haven
|
||
|
|
Maar al wekenlang jouw armen had verslagen
|
||
|
|
|
||
|
|
En je bouwt in de ruïne die jij je ziel noemt, jezelf weer op
|
||
|
|
Uit het wrakhout van je omgevallen koning
|
||
|
|
Als elke schipper schaakte hij slechts voor die vrouw die werkelijk
|
||
|
|
Werkelijk zijn koning bedreigen
|
||
|
|
Een koningin die zeeën weg kan grijnzen
|
||
|
|
Niet het eerste het beste havenmeisje
|
||
|
|
En opeens begin je dat te begrijpen
|
||
|
|
|
||
|
|
En je blinkt weer aan de horizon als een vesting als een bastion [1]
|
||
|
|
Waar weer een schipper heen vaart om te schaken
|
||
|
|
Hij speelt de 'schippersopening': laat zijn heer zonder verdediging
|
||
|
|
En zegt dat hij zijn droom heeft laten varen
|
||
|
|
Dat hij geen schipper is maar de 'eeuwige schaker'
|
||
|
|
|
||
|
|
Dus je biedt die man je haven aan, je wijn, je bed, je lichaam
|
||
|
|
Maar je merkt hoe voorspelbaar hij ontwikkelt
|
||
|
|
Hij fluistert dat hij je begeert.
|
||
|
|
Maar je weet dat elke schipper dan rokeert en zo probeert te winnen
|
||
|
|
Plots valt het zwaar hem nog aantrekkelijk te vinden
|
||
|
|
|
||
|
|
Woest kijk je naar buiten, naar de zee, maar je blik wordt mild
|
||
|
|
De golven lijken van je af te stromen
|
||
|
|
Jouw haven is van wal geraakt en al haar duizend boten schreeuwen
|
||
|
|
Dat jij, ja jij, aan boord mag komen
|
||
|
|
Dat jij, ja jij, van verre landen mag gaan dromen
|
||
|
|
|
||
|
|
En meteen doemt dat veld weer op, die verdrongen baai op het open bord
|
||
|
|
Met die klippen waarop jouw schip ooit is versplinterd
|
||
|
|
Maar nu schuif jij je dame naar dat veld
|
||
|
|
Hij neemt je aas, jij zet hem schaak en in je ooghoek zie je zijn heer schrikken
|
||
|
|
Want zulke vallen zet alleen een schipper
|
||
|
|
En hij beseft dat hij onmogelijk nog kan winnen
|
||
|
|
|
||
|
|
Hij bedenkt nog wel een wanhoopsplan maar het anker op zijn bovenarm
|
||
|
|
Lijkt voor jouw koningin te moeten kiezen
|
||
|
|
Hij krijgt zijn arm niet opgetild
|
||
|
|
En speelt die zet die een schipper alleen speelt als hij niks meer kan verliezen
|
||
|
|
Valt op zijn knieën en zegt: mijn liefste, mijn koningin
|
||
|
|
Ik bied je een remise
|
||
|
|
|
||
|
|
En ik bouw in de ruïne die ik mijn ziel noem mezelf weer op
|
||
|
|
Uit het wrakhout van mijn omgevallen koning
|
||
|
|
Als elke schipper schaakte jij slechts voor die heer die werkelijk
|
||
|
|
Werkelijk jouw dame kan verleiden
|
||
|
|
Een koning die zeeën weg kan grijnzen
|
||
|
|
Geen troubadour met zijn valse liefdeswijsjes
|
||
|
|
Maar een koning die zeeën weg kan grijnzen
|
||
|
|
|
||
|
|
1. Op de plaat klinkt: 'bataljon'
|